Huizen in deze streek waren vanouds gebouwd van steen en bedekt met grasplaggen en grasriet. Helmgras (ook wel struisgras hier genoemd) werd als riet gebruikt. Het helmgras was te vinden op de zandgronden en kostte niets.
Elke 2/3 jaar werden de huizen opnieuw bedekt met vers gras over de oude laag heen. De ingang van het huis was gewoonlijk wat inspringend gebouwd, lijkend op een soort portaal en de deuren waren veel kleiner dan tegenwoordig. Gerelateerd aan oudere mensen was dit een manier om de kou buiten het huis te houden.
Hoe groter de deur hoe meer de koude wind kon binnen waaien en het is waarneembaar dat juist in landen met veel kou de deuren veelal kleiner zijn.
Veel huizen hadden alleentwee ruimten-een slaapkamer en een keuken. Het keukenbed gaf extra slaapplekken. Een bedstee was meestal naast de keukenmuur ingebouwd en soms geheel afgesloten met deuren danwel in andere gevallen achter gordijnen. De bedden lijken voor ons vandaag de dag erg klein maar de locale bevolking zal dit beargumenteren met het feit dat men veel halfzittend sliep vanwege het feit dat longproblemen (o.a. tuberculose) in het verleden veel voorkwam.
Konijnen
Een groot deel van Doagh bestaat uit zandgrond en is ongeschikt voor landbouw. Konijnen waren een dankbare gift van de natuur en werden gevangen om, tot 1977, geexporteerd te worden.
Het was de verspreiding van de maxi mitose ziekte wat de handel kapot maakte omdat mensen bang waren het vlees te eten. Het konijnenseizoen was van oktober tot maart. In het voorjaar wordt het vangen stopgezet om de voortplanting niet te verstoren. Konijnen zijn niet moeilijk te vangen. Het zijn wezens die de gewoonte hebben hetzelfde pad te volgen.
Zij werden in stroppen gevangen om ze niet te beschadigen en in zakken mee naar huis genomen.
Om het ras te verbeteren gingen bewoners naar andere gebieden om daar konijnen te vangen en die uit te zetten in hun eigen regio. Zij deden dat om hun bron van inkomsten te beschermen.
De Zee en de visvangst
Ondanks dat het gebied omringd is door zee steunde de locale bevolking niet op de visvangst. De zee lijkt voor de bezoeker misschien kalm maar het is verradelijk met rotsen, zandbanken en sterke stromingen. Het vissen werd slechts op kleine schaal uitgevoerd, gebruikelijk vanaf rotsen met een lange stok zoals hieronder afgebeeld.
Het visseizoen begon in Augustus maar enig voorbereidend werk was noodzakelijk voordat de vis nabij de rotsen gevangen kon worden. Het gebruik in de leefgemeenschap was dat elke familie ongeveer twee weken voor het seizoen om de beurt naar de rotsen ging om de vis met gekookte aardappelen te lokken.
Vissen raakten gewend aan het voeden en kwamen elke dag weer terug. In sommige gevallen werd de aas met een kattapult naar diepere delen van de zee geschoten om daarna die afstand dagelijks korter te maken zodat de vis dichtbij de rotsen gevangen kon worden. Soms bleef de vis zelfs in de buurt zwemmen om op nieuw voedsel te wachten. Wanneer de stokken werden gebruikt moest het aas, de gekookte aardappel, snel worden vervangen omdat de aardappel in water snel oplost. Ondanks dat de visvangst alleen in augustus en september plaats-vond was er toch genoeg vis gevangen voor elk hier wonend gezin om het jaar door te komen.